De column van Don Leo; ‘De invloed van coaching tijdens de wedstrijd’

De column van Don Leo; ‘De invloed van coaching tijdens de wedstrijd’

De intrigerende vraag die mij bezig houdt is; ‘welke invloed heeft coaching tijdens de wedstrijd op de spelers in het veld?’ Iedere coach doet het op zijn eigen manier en die kan binnen een club behoorlijk uiteenlopen. Je hebt immers te maken met verschillende leeftijden, geslacht, zelfvertrouwen van de spelers maar ook verschillen bij de trainers met betrekking tot ervaring, persoonlijkheid en of het een wedstrijd of training betreft en of het prestatief of recreatief is.

Voorbeeld: Moet je spelertjes al op jonge leeftijd op een vaste positie vastzetten of juist niet? Uit onderzoek blijkt dat kinderen veel meer leren als ze telkens met een nieuwe situatie worden geconfronteerd. Lastig want aan de ene kant wil je structuur en sturing aanbieden (vaste positie) en aan de andere kant kies je voor het zelf ontwikkelend vermogen van kinderen (wisselende posities). Waarbij het bij jonge leeftijd al koffiedik kijken is wat nou de beste positie voor het kind is hetgeen op dat moment volstrekt willekeurig wordt ingevuld door de dan verantwoordelijke trainer/coach.

Voetbal gaat voor de coach over winnen, wedstrijden spelen, technisch en tactisch beter worden. Training/coaching is dan sterk gericht op het onder de knie krijgen van bewegingspatronen. Maar hoe leer je dit aan. Hoe bereid je spelers voor op wedstrijden, op tegenslagen, om plezier te beleven aan sport. Kruip dan in de huid van de speler!

Volwassenen kijken heel anders naar een wedstrijd zij denken in winnen en verliezen en bij spelmomenten in oorzaak en gevolg (balverlies – tegengoal). Kinderen denken vrijwel altijd in het hier en nu, in het moment. Zij lopen bijvoorbeeld allemaal achter de bal aan terwijl de coach roept ‘vrijlopen’, ‘uit elkaar’ en dat heeft weinig of zeg maar geen zin. Kinderen snappen dit niet, want zij denken nog niet in oorzaak en gevolg. De trainer raakt gefrustreerd en gaat harder schreeuwen omdat de kinderen niet luisteren. Maar al te vaak verdwijnt daarmee het plezier in de sport en stoppen kinderen op jonge leeftijd (grootste verloop tussen 13 en 19 jaar)

Hoe dan wel? Een trainer/coach doet er goed aan om juist niét de aandacht op ten kosten van alles willen winnen te zetten, maar oog te hebben voor de ontwikkeling van zijn spelers op voetbalgebied en teamverband. Want plezier en zelfvertrouwen zijn de belangrijkste succesfactoren. De coach is optimistisch, geeft zijn spelers eerlijke complimenten en denkt na hoe hij kritiek teruggeeft waarbij de speler zichzelf, met vertrouwen en in een positieve sfeer al genietend, kan ontwikkelen.

Terug naar de wedstrijd dan. Zoals er nu meestal gecoacht wordt is vanuit emotie, fanatisme, resultaatgerichtheid en corrigeren. Dit zou meer moeten gaan in de richting van structureren (herkenbaarheid en vertrouwen ten aanzien van positie en ‘vaste’ tactiek), stimuleren (de kracht van het positief denken toepassen), individuele aandacht (help de speler in wat goed gaat en waar hij aan kan werken) en de belangrijkste de regie aan de speler overdragen (zelfontwikkeling via vallen en opstaan, situatieherkenning, ervaring opdoen, eigen keuzes maken).

Kijk tijdens de wedstrijd zoveel mogelijk in stilte, coach NOOIT de speler aan de bal, maar hooguit die de bal niet hebben of bij een moment dat het spel stil ligt of als je 1 op 1 contact met een speler hebt. Laat je niet beïnvloeden door schreeuwende mensen langs de lijn. Het heeft ook geen enkele zin om te reageren op wat goed of fout gaat, wegwerpgebaren te maken of loze kreten te slaken. De spelers ervaren dit zelf echt wel en bovendien komt het toch niet over wat je allemaal roept. Leg vanuit je analyse, voor – na en in de rust van de wedstrijd en op trainingen, uit wat je bedoeld. Maak daarbij altijd een keuze want je kunt niet alles in één keer veranderen. Er is tijd nodig om de spelers te laten ervaren en begrijpen wat je veranderd wilt zien.

Uitsmijter – coaching volgens Cruijff; ‘Er zijn veel mensen die kunnen zeggen dat een voetbalploeg slecht speelt; er zijn weinig mensen die kunnen zeggen waarom ze slecht speelt en er zijn slechts een paar mensen die kunnen zeggen wat er moet gebeuren om ze beter te laten spelen.’

Leo Verbeek (Talentbegeleiding en -coaching)

Reacties kun je sturen naar [email protected]