De column van Don Leo: ‘De pingelaar een uitstervend ras?’

De column van Don Leo; ‘De pingelaar een uitstervend ras?’

Cruijff en Maradonna waren pingelaars, Messi en Robben zijn nog steeds pingelaars. Depay toont in momenten dat het een raspingelaar is, Frenkie de Jong durft zelfs van achter uit te pingelen. Maar wat is nu eigenlijk een pingelaar?

Op schoolpleintjes of achterafveldjes, waar geen trainers of begeleiders in de buurt zijn, daar worden pingelaars geboren. Spelertjes die intuïtief met de bal aan de voet richting het doeltje gaan en iedereen die daarbij in de weg staat voorbij dribbelt. Dit gaat vaak gepaard met schijnbewegingen, versnellingen, hakjes, korte draaibewegingen, kappen van de bal, kortom de hele trukendoos gaat open met uiteindelijk doel; SCOREN!

Dan komen de spelertjes op een voetbalvereniging en krijgen ze training. Ze moeten dan leren ‘samen te spelen’ en krijgen van de trainer de opdracht om over te spelen. Mocht het spelertje toch gaan pingelen, omdat hij op dat moment dat aanvoelt, dan volgt vanaf de zijkant de instructie: ‘overspelen!’. In eerste instantie zal het kind wellicht toch nog zijn gevoel volgen maar naar herhaalde opmerkingen en instructies dat hij toch vooral moet overspelen, zal hij daar gehoor aan geven en dit gaan doen.

Zo worden de spelertjes gekneed om een goed samenspelend team te vormen die uitstekend de bal in de ploeg weten te houden en van A naar B kunnen spelen. En… natuurlijk levert dit ook goals op. Maar wat als het even niet lukt met rondspelen, als de tegenstander de boel goed tegenhoudt? Dan is er creativiteit en durf nodig. De pingelaar moet opstaan, hij kan de boel openbreken, kan onvoorspelbare acties uitvoeren, kan gevaar stichten, kan scoren. Maar weet hij nog hoe het moet… dat pingelen. Immers op de trainingen en tijdens de wedstrijden is constant geroepen dat hij moet overspelen in plaats van pingelen.

Ik pleit ervoor om spelertjes die kunnen pingelen lekker te laten pingelen en wellicht dit juist te stimuleren. Zoek je tegenstander op en durf hem te passeren ‘op de gok van de bal kwijt te raken’. En raak je de bal kwijt, dan ervan leren en de volgende keer het opnieuw proberen. Zorg ervoor dat je op trainingen veel aandacht geeft aan het opzoeken en passeren van een tegenstander waarbij gebruik gemaakt wordt van schijnbewegingen, kappen en draaien, versnellingen… de hele trukendoos. En leer ze dit ook uit te voeren, laat het ze ervaren, blijf het herhalen. Dan zullen de pingelaars nog beter worden, de niet-pingelaars ervaren wat het is en leren de truckjes te doorzien en verbeteren desondanks hun techniek. De pingelaars selecteren zich zelf, want het hele team zal en kan niet alleen maar uit Messi’s en Robben’s bestaan.

Uiteindelijk is het de pingelaar die intuïtief zijn acties zal maken, die aanvoelt of hij nu binnendoor of buitenom zal gaan, die daarna zelf tot scoren komt of laat scoren. En vanaf de kant mag dan niet meer geroepen worden; ‘OVERSPELEN!’

Leo Verbeek (Talentbegeleiding en -coaching)

Reacties kun je sturen naar [email protected]